De open lijnen à la Nimzowitsch

Wat kan een open lijn betekenen voor je stelling ? Dit artikel geeft een antwoord op die vraag. Aan de hand van een selectie van 8 partijen worden de verschillende kenmerken van de open lijnen toegelicht. Elementen die hierbij aan bod komen ? Open lijn en activiteit van de torens, veroveren van 7de en 8ste rij, halfopen lijnen, evolutionair dan wel revolutionair of misschien indirect gebruik van de open lijn,… Nieuwe technieken ? Integendeel ! Het belang van de open lijn is al door Nimzowitsch toegelicht en voor de partijen illustreren stuk voor stuk basisbegrippen die hij geformuleerd heeft.

In de eerste partij toont Alekseev de waarde van een open lijn voor de activiteit van de torens.

Alekseev 2691 - Yevseev 2531
18. In deze stelling zijn een aantal facetten van de open lijnen merkbaar. Wit heeft de open c en e-lijn, zwart de open e en g-lijn. De witte torens hebben beide open lijnen al onder controle, in tegenstelling tot de zwarte torens die nog geen activiteit op de lijnen uitoefenen. De Te1 heeft een volledige vrije open lijn voor zich. Tc1 wordt in zijn beweging gehinderd door de zwarte c6 pion, die de lijn afschermt en daarnaast goed verdedigd wordt door b7. Om hier voordeel uit te halen, moet c6 ondermijnd worden. De zwarte g-lijn vertoont dezelfde karakteristieken als de witte c-lijn.
Met het oog op Lf5 is dit een nuttige zet om het paard mobiel te houden. Zwart heeft geen mogelijkheid om de witte e-lijn te neutraliseren met Te8. Hij verliest simpelweg materiaal op h7. 19. Naast de open lijnen heeft wit ook nog het voordeel van de zwakten op de zwarte koningsvleugel. Zowel f6,f5 als h7 zijn constante aandachtspunten voor zwart. Wit staat duidelijk beter. 20. Nimzowitsch stelt dat het doel van de open lijn het veroveren van de 7de of de 8ste rij is. Dit is nu (nog) niet mogelijk. Met Te6 drukt wit op f6 en beperkt de zwarte mogelijkheden. 21. Zwart neemt ook een open lijn in bezit. 22. Nuttig om de penning Ph4 uit de stelling te halen. 23. 24. De toren staat veel beter op de e-lijn. 25. Wit speelt consequent op het veroveren van de 7de rij. Daarvoor moet de Pg6 verdreven worden. 26. 27. En de verovering is een feit... Wit staat gewonnen. 28. 29.
[ 29. 30. 31. is ook goed. Alekseev houdt met De3 de druk op de ketel. Yerseev heeft geen enkel tegenspel ]
29... 30. Een eerste buit is binnen. 31. 32. 33. hetzelfde principe als bij De3. Wit versterkt eerst de stelling en gaat daarna tot de actie over. 34. 35. 36. Wit wint eenvoudig met de h-pion. 1-0
 

Als deel van de cyclus voor het wereldkampioenschap werd in 1973 in Leningrad het interzone tornooi gespeeld. Rijzende ster aan het firmament was Anatoli Karpow. Op weg naar zijn eerste wereldtitel, won hij dit tornooi. Maar in deze partij is het de Bulgaar Radulov die aantoont hoe een open lijn de stelling van de tegenstander verlamt.

Radulov 2510 - Quinteros 2480
33... Wit staat gewonnen, hij beheerst de c-lijn en kan de torens gemakkelijk dubbelen. Het veld c6 is een prima steunpunt, dat zwart niet kan verdedigden. Het loperpaar van wit oefent sterke druk uit op de zwarte damevleugel en bindt La7 en de dame aan de a6-b6 formatie.
34. 35. zwart kan de c-lijn niet verdedigen, proberen om alles af te ruilen met Tc8 verergert de situatie nog omdat wit de dame kan inschakelen op de c-lijn.
[ 35... 36. ]
[ 35... 36. 37. ]
36. 37. 38. Quinteros kan niets ondernemen en moet lijdzaam toezien hoe Radulov zijn stelling versterkt. Met welk maneuver gebeurt dit ?
39.
[ 39.
[ 39... 40. 41. 42. ]
40. met hetzelfde plan als in de partij. ]
39... 40.
[ 40. ]
40... 41.
[ 41... 42. ]
42. wit houdt de druk en gaat niet voor de damewinst. Hierdoor blijft het technisch eenvoudig.
[ 42. ]
42... 43. 44. 45. 46. 47. 48. wint de b-pion en de partij. 1-0
 

Nimzowitsch heeft in zijn boek “Mein System” het belang van de open lijnen behandeld. Nunn was een aandachtig lezer :

Nunn 2600 - Howell 2455
21. Twee belangrijke vragen die Nimzowitsch stelt zijn : hoe ontstaat een open lijn en hoe nuttig is een open lijn. Beoordeel deze stelling en bepaal hoe nuttig de b-lijn is.
22. Wit speelt niet op de b-lijn, maar gaat voor een initiatief op de koningsvleugel. Om de b-lijn waarde te geven moet wit Tb1 kunnen spelen en daarna voldoende aanval kunnen opzetten tegen b7. Zowel een direct offensief als een voorbereid laten weinig over van de witte open lijn, zoals de volgende varianten aantonen.
[ 22. 23. 24. ]
[ 22. 23. 24. 25. 26. ]
22... 23. 24. 25. Het plan van wit krijgt vorm. Het is niet de b-lijn die van belang is, maar de h-lijn. Het openmaken van de h-lijn gebeurt op de klassieke manier : g5 is een basis voor de ruil. Zwart kan hiertegen weinig uitrichten. De opstoot g4 is verhinderd door Pe3 en Le2. Zelf ruilen op h4 maakt de zaak alleen maar erger, de open g-lijn is voor wit nog beter, met een grote zwakte op g6 die door zwart niet verdedigd kan worden. 26. De tegenstanders betwisten de h-lijn en het lijkt erop dat zwart de waarde van de lijn voor wit al geneutraliseerd heeft. Neem ook hier de tijd om de plaatsing van de stukken voor beide kanten te bepalen.
27. 28. Hiermee maakt wit zijn strategie zichtbaar ! Wit kan de h-lijn niet openen op dit moment. De zwarte torens zijn hiervoor te sterk. Anderzijds staat zwart volledig vast. Zijn torens moeten de h-lijn houden en andere stukken hebben geen betere plaatsen. Wit kan dus rustig een verdubbeling van de torens op de h-lijn bewerkstelligen en daarna hxg5 spelen. De koningin moet dus plaats maken voor de a-toren. De uitvoering van deze strategie vereist echter dat ook het zwarte tegenspel geneutraliseerd wordt. Een eerste tegenspel is de aanval op a4, een ander is het opspelen van de h-pion. Dit laatste is niet gevaarlijk, zie de variant op de volgende zet. 29.
[ 29... 30. 31. 32. 33. 34. 35.
[ 35... 36. 37. 38. ]
36. 37. 38. 39. ]
30. 31. 32.
[ 32... 33. 34. 35. en zwart staat zeer gedrukt. Wit kan via Db1-h1 de druk verder versterken en daarna b.v. g4 spelen.
[ 35... 36. 37. ]
36. ]
33. Tijd om de lijn open te maken ! 34. We zijn terug bij de 7de rij beland. Overigens maakt Nimzowitsch geen onderscheid of er op het 7de rij veld al dan niet een stuk op staat. Wat telt is het veld veroveren. Gebeurt dit met het slaan van een stuk, so be it. 35. 36. En nog een Nimzowitsch element : tot nu toe heeft wit de strategie systematisch uitgebouwd m.a.w. een geleidelijke verhoging van de druk. Dit noemt Nimzowitsch "evolutionary", evolutionair. Gebeurt de verovering met een combinatie, dan spreekt hij van "revolutionary", revolutionair, hardhandig of explosief. Wel in ieder geval zijn dit de termen uit de Engelse vertaling van zijn boek, Nimzowitsch had ze misschien liever in het Duits gezien. Wat er ook van zij, Pf7 past perfect in het plaatje van een explosieve verovering. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 1-0
 

In deze partij heeft Mortensen zowel de open a en b-lijn. Hij heeft er een pion voor gegeven. Het initiatief ligt aan zijn zijde, maar de manier waarop hij dit initiatief vast houdt is verrassend.

Mortensen 2450 - Tisdall 2450
22. Laten deze stelling even bekijken. Wit heeft 2 open lijnen, allebei met een toren bezet. Zwart kan hiertegen weinig inbrengen. Zijn open c-lijn is op dit ogenblik van geen tel, de torens hebben geen kans om zich hierop te nestelen. Wit heeft weliswaar een pion minder, maar hij heeft naast de open lijnen een loperpaar dat zeer actief is door de zwakten in de zwarte stelling. Zwart is bijzonder zwak op de zwarte velden. Wit heeft meer dan compensatie voor de pion en staat veel beter. Dit verschuift de focus naar de a-pion, maar zwart had geen keuze. Hoe moet wit nu verder ?
[ 22... 23. 24. 25. ]
[ 22... 23. 24.
[ 24... 25. 26. ]
25. 26. 27. 28. 29. 30.
[ 30... 31. ]
31. 32. ]
23. Een nuttige zet die ervoor zorgt dat het zwarte paard niet op c4 kan postvatten
[ 23. 24. ]
23...
[ 23... 24. 25. ]
24.
[ 24... 25. 26. 27. is taaier. ]
25. De witte druk op de a-pion noodzaakt zwart om stukken naar de damevleugel over te brengen. Het is dus tijd om op het 2de front de aanval voort te zetten. 26. Tijd om de zwarte velden te bespelen. 27. De rest is eenvoudig. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 1-0
 

Bacrot en Lenic hebben beiden een open lijn. Compenseren ze elkaar of slaagt wit er op subtiele wijze de dreigingen op de f-lijn te neutraliseren en het laken naar zich toe te trekken ?

Bacrot 2713 - Lenic 2595
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Dit is een van de klassieke manieren waarop open lijnen ontstaan : een ruil in het centrum. Wit krijgt de d-lijn, zwart de f-lijn. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. De ruil heeft het karakter van de open lijnen gewijzigd. Wit heeft een open lijn zonder zwart object, zwart richt zijn pijlen op de f-pion. De partij vormt een reeks omschakelingen waarbij wit enerzijds de 7de of 8ste rij probeert binnen te vallen, maar anderzijds steeds rekening moet houden met de druk op f2.
20. 21. 22. Lg4 is hinderlijk voor wit omdat Td1 niet mogelijk is. Toch verkiest wit dit boven het sluiten van de eigen diagonaal met f3.
[ 22... 23. 24. ]
23. 24. 25. 26. 27. Wit staat iets beter. Door f3 weg te laten heeft hij de kans gezien de loper te activeren. Daarvoor heeft hij wel een ingewikkeld torenmaneuver uitgevoerd. Deel daarvan is de omwisseling van de verdediger van f2. De dame is nu niet meer belast met deze taak en wordt mobieler. 28. 29. Zowel a5 als f2 zijn nu in het vizier. De moeilijkheid voor zwart is om steeds goede verdedigende zetten te vinden. Hij heeft zelf geen aanknopingspunten en een verslappen van de aandacht kan catastrofaal zijn. 30. 31. Zwart verlaat het pad van de passieve verdediging. 32. Hiermee komt e5 onder schot. 33.
[ 33. ]
33... 34. 35. 36. Wit heeft de achterste rij verovert en maakt zich op om een bijkomende zwakte te maken in de zwarte stelling. De partij wordt nu snel beslist door een zwarte blunder. 37. Wint de dame. 1-0
 

Dikwijls wordt de activiteit van de toren op de open lijn beperkt door een vijandelijke pion. Als de pion goed verdedigd staat, moet de toren extra hulp inroepen.

Zuckerman 2450 - Shamkovich 2485
25. Wit staat veel beter. Een gedekte vrijpion op e6, een verzwakte zwarte damevleugel , een achtergebleven pion op h6 en ook een slechte loper op g7 maken het leven van Shamkovich zuur. Zuckerman kiest de h-lijn om de druk op te voeren.
26. Het immobiel maken van het aanvalsobject is een aanbeveling van Nimzowitsch 27. 28. 29. 30. De toren bijt zich vast op de pion, het paard moet ter hulp komen om de verdediger (Lg7) uit te schakelen. 31. 32. 33. 34. Wit gaat heel planmatig te werk. Hij had ook voor een ander en sneller plan kunnen kiezen.
[ 34. De zwarte d-pion is zwak geworden door c5. De witte torens zijn veel mobieler in het omschakelen dan hun collega's Lg7 en Th7 aan de overkant. 35.
[ 35... 36. 37. ]
[ 35... 36. 37. 38. 39. ]
36. 37. ]
34... 35. 36.
[ 36... 37. 38. 39. 40.
[ 40. 41. 42. 43. 44. 45. ]
40... 41. 42. 43. ]
37. 38. 39. 1-0
 

Regelmatig gebruikt de toren de open lijn om druk uit te oefenen op een vijandelijk stuk. In deze partij benut de witspeler de open lijn op een andere manier.

Zambrana 2404 - Arancibia Guzman 2405
11... Wit heeft 3 open lijnen, zwart heeft er 2. De evaluatie van de lijnen stelt wit in het voordeel : zowel de open b als d-lijn zijn zeer hinderlijk voor zwart. Zwart van zijn kant kan op g2 drukken, maar dat is een loze bedreiging. Het feit dat wit een zwakke dubbelpion heeft speelt hier geen rol. Zwart is niet in staat de pion aan te vallen, zijn open c-lijn heeft geen waarde zolang Lc8 in de weg blijft staan. 12.
[ 12... 13. 14. is niet beter, de zwarte stelling heeft vele zwakten ]
13.
[ 13... 14. 15. 16. ]
14. 15. 16. 17. 18. 19. Zowel wit als zwart hebben hun open lijnen te gelde gemaakt, maar voor zwart heeft dit weinig aarde aan de dijk gebracht. 20. 21. 22. Hoe moet wit nu verder ?
23. Nimzowitsch noemt dit, in combinatie met Th4, het indirect gebruik van de open lijn. Wit valt niet binnen op de open lijn zelf, maar gebruikt de open lijn als een springplank aan horizontaal een andere lijn te bezetten met de toren en een zwakte in de stelling van de tegenstander aan te vallen (h7). 24. De combinatie van de zwakke h-pion en de zwakke lange diagonaal a1-h8, maken de stelling voor zwart onhoudbaar. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 1-0
 

Een pion, verdedigd door een andere pion, vormt een moeilijk aanvalsobject voor de toren. Een paard wordt als voorpost op de open lijn gepositioneerd om samen met een pionaanval de stelling te ondermijnen.

Le Quang 2694 - Nguyen 2633
18... Wit heeft de open d-lijn. De pion d6 vormt op zich een front dat niet inneembaar is door de toren alleen. Daarom heeft wit het paard op d5 geplaatst. Van hieruit drukt het paard op de verdediger van d6 (c7). Indien zwart zou besluiten om c6 te spelen, wordt d6 ernstig verzwakt (overigens ook b6 zou zeer zwak worden) . Nimzowitsch noemt het paard een outpost, een voorpost. Naast de druk op c7 is er nog een ander fenomeen dat plaats heeft. Wit kan ook besluiten om de d6 pion rechtstreeks aan te vallen met c5 of e5 en op die manier de waarde van de d-lijn te verhogen.
19. Zoals blijkt uit de analyse had wit 2 mogelijkheden. De e-pion opstoten komt ietwat onverwacht, maar is toch mogelijk
[ 19. 20.
[ 20... 21. ]
21.
[ 21. 22. ]
21...
[ 21... 22. ]
[ 21... 22. ]
[ 21... 22. ]
22. 23. wit staat een pion achter, maar het is heel moeilijk om degelijke zetten te vinden voor zwart. De twee witte torens hebben maximale activiteit en het paard fungeert als een perfecte blokkeerder ]
19...
[ 19... 20. 21. 22.
[ 22... 23. 24. ]
23. 24. 25. ]
20. 21. 22. Het invoegen van Lb5, Te1 heeft het er voor wit alleen maar beter op gemaakt. De e-pion kan nu in vergelijking met de stelling na 19...Lc6 zonder offer oprukken 23. 24. 25. 26. 27. met de dodelijke penning op g5. 1-0
 

Referenties :
Nimzowitsch : Mein System